Beproevingen en verleidingen

Beproe­ving en verzoeking/verleiding is hetzelfde woord in het Koine-Grieks, het woord πειρασμός (pirasmos) komt van het werk­woord πειράζω (pirazo) — om te proberen. Het komt van een woord dat bete­kent “pier­cing”, door­boren. De Bijbel­ver­taler probeert het woord weer te geven zodat het het beste past bij onze conno­tatie van de woorden beproe­ving en verzoeking/verleiding.

Enkele voor­beelden

Het woord komt 55 keer voor in het Nieuwe Testa­ment. Hier zijn 24 citaten. Wanneer u de citaten één voor één leest, over­weeg dan of u dezelfde keuzes zou hebben gemaakt als de verta­lers.

(Mat 4:1) Toen werd Jezus door de Geest naar de woes­tijn geleid om verzocht te worden door de duivel.

(Mat 4:3) En de verzoeker kwam en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden.

(Mat 6:13) en leid ons niet in verzoe­king, maar verlos ons van de boze. [Want Uwer is het Konink­rijk en de kracht en de heer­lijk­heid in der eeuwig­heid. Amen. ]

(Mat 19:3) En er kwamen Fari­zeeen tot Hem om Hem te verzoeken, en zij zeiden: Is het geoor­loofd zijn vrouw weg te zenden om allerlei redenen?

(Mat 22:18) Doch Jezus doorzag hun vals­heid en zeide: Wat verzoekt gij Mij, huiche­laars

(Luk 8:13) Die op de rots­bodem, zijn zij, die het woord, zodra zij het horen, met blijd­schap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, zij geloven voor een tijd en in een tijd van beproe­ving worden zij afvallig.

(Luk 11:4) en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is; en leid ons niet in verzoe­king.

(Joh 8:6) En dit zeiden zij om Hem in verzoe­king te brengen, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte neder en schreef met de vinger op de grond.

(Act 15:10) Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals der disci­pelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen?

(Act 20:19) dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproe­vingen, die mij over­kwamen door de aanslagen der Joden;

(1Co 7:5) Onthoudt dat elkander niet, tenzij met onder­ling goed­vinden (en) voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan het gebed, maar om daarna weder samen te komen, opdat niet de satan u verzoeke wegens uw gemis aan zelf­be­heer­sing.

(2Co 13:5) Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onder­zoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwer­pe­lijk.

(Gal 4:14) en toch hebt gij de verzoe­king, die er voor u in mijn licha­me­lijke toestand gelegen was, niet als iets verach­te­lijks beschouwd of ertegen gespuwd, maar gij hebt mij ontvangen als een bode Gods, (ja), als Christus Jezus.

(Heb 4:15) Want wij hebben geen hoge­priester, die niet kan mede­voelen met onze zwak­heden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.

(Jas 1:2) Houdt het voor enkel vreugde, mijn broe­ders, wanneer gij in velerlei verzoe­kingen valt,

(Jas 1:13) Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Gods­wege verzocht Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoe­king.

(Jas 1:14) Wie verleid wordt, wordt getrokken en verleid door zijn eigen begeerte.

(1Pe 1:6) Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoe­kingen bedroefd,

(1Pe 4:12) Geliefden, laat de vuur­gloed, die tot beproe­ving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds over­kwame.

(Rev 2:2) Ik weet uw werken en inspan­ning en uw volhar­ding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apos­telen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leuge­naars hebt bevonden

(Rev 2:10) Wees niet bevreesd voor hetgeen gij lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen uwer in de gevan­genis werpen, opdat gij verzocht wordt, en gij zult een verdruk­king hebben van tien dagen. Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens.

(Rev 3:10) Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoe­king, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.

Twee gedachten

1. Zou het woord “verlei­ding” niet beter passen in (Galaten 4:14). en toch hebt gij de verzoe­king, die er voor u in mijn licha­me­lijke toestand gelegen was, niet als iets verach­te­lijks beschouwd of ertegen gespuwd, maar gij hebt mij ontvangen als een bode Gods, (ja), als Christus Jezus.

Paulus, waar­door ‘wonders van onge­wone soort’ was uitge­voerd zodat de zieken genezen waren, stond nu voor hen met een zwakte of ziekte, een handicap, en kon niet genezen worden. Het had een verlei­ding kunnen zijn voor het publiek om hem niet serieus te nemen.

2. Jezus ‘broer Jakob belooft ons dat we niet door God verleid kunnen worden. (Jas 1:13) Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Gods­wege verzocht Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoe­king.

Maar in het gebed dat Jezus de disci­pelen leerde, vragen we God om “ons niet in verlei­ding te brengen”. (Mat 6:13) en leid ons niet in verzoe­king, maar verlos ons van de boze.

Bespre­king

Ik ken persoon­lijk verschil­lende gevallen waarin een persoon leed, ziekte, inva­li­di­teit, angst, valse beschul­di­gingen of aanran­ding heeft door­staan en ondanks aanhou­dend gebed niet is bevrijd, genezen of zich getroost voelt. Als gevolg hiervan werd de beproe­ving een verlei­ding en leidde het ertoe dat de persoon de God van Abraham, Isaak en Jakob de rug toekeerde. Teleur­stel­ling, verdriet en bitter­heid zijn gebleven.

Verlei­dingen kunnen ofwel leiden tot “verhoogd vertrouwen en verhoogde trouw” als men er niet voor valt (zoals Jakobus beschrijft), of ze kunnen leiden tot beproe­vingen als men er voor valt.

Beproe­vingen kunnen “vermin­derd vertrouwen en vermin­derde betrouw­baar­heid” veroor­zaken en dus tot verlei­ding leiden.

Het is hele­maal niet vreemd dat zowel beproe­ving als verlei­ding samen­gevat worden in één woord in de Bijbel. Als iemand valt voor een verlei­ding, kan dit leiden tot bepre­o­vingen die op zijn beurt nieuwe verlei­dingen veroor­zaken, enzo­voort. Het wordt een einde­loze neer­waartse spiraal.

(Hebreeën 12: 11–15) Want alle tucht schijnt op het ogen­blik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoe­fend zijn, een vreed­zame vrucht, die bestaat in gerech­tig­heid. Heft dan de slappe handen op en strekt de knik­kende knieen, en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. Jaagt naar vrede met allen en naar de heili­ging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verach­tere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwar­ring stichte, en daar­door zeer velen zouden besmet worden.

Het tegen­over­ge­stelde is ook moge­lijk. Het wordt ‘door­zet­tings­ver­mogen in geloof’ genoemd. Als je de proef door­staat, nemen de verlei­dingen af ​​en zo verder. Dit is de zegen van heili­ging.

(Jas 1:12) Zalig is de man, die in verzoe­king volhardt, want, wanneer hij de proef heeft door­staan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem lief­hebben.

(Open­ba­ring 3:10) Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoe­king, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *